Item

Understanding (non)violent extremism: Insights into violent extremism in detainees residing at Dutch terrorism wings

Thijssen,G.P.J.
Abstract
Violent extremism is a global issue, highlighted by events such as the 9/11 attacks in the United States. Europe also has a history of terrorist incidents, including the Lockerbie bombing in 1988 and the Paris attacks in 2015. This dissertation investigates the underlying factors of radicalization among male and female suspects and convicts of terrorist offenses in the Netherlands. The aim is to inform policymakers, professionals, and researchers about radicalization and extremism. The first chapter provides a historical overview of violent extremism in the Netherlands, including the rise of jihadist movements and the threat posed by returning fighters from conflict zones such as Syria and Iraq. It also discusses theories of radicalization processes, such as the Personal Construct Theory, which help explain how individuals become radicalized. The second chapter describes a study on the socio-demographic, criminal, and psychopathological backgrounds of detainees residing in Dutch terrorism wings. The results show that detainees form a heterogeneous group with diverse backgrounds. About 60% had previously committed non-terrorist crimes, and one-third suffered from a mental disorder. The third chapter examines risk and protective factors among male jihadist detainees in the Netherlands. The study uses the Violent Extremism Risk Assessment-2 Revised (VERA-2R), a risk assessment tool, to identify these factors. The findings indicate that ideological beliefs, social context, and family support are key influences in the radicalization process. The fourth chapter presents a study that identifies three profiles of male jihadist detainees based on motivation: the “low motivated,” the “morally driven,” and the “ideologically hardened” groups. The low motivated group scored low on risk factors, while the morally driven group was motivated by a sense of moral superiority but did not resort to violence. The ideologically hardened group held strong ideological beliefs and was willing to use violence. Chapter five addresses gender-specific characteristics of violent extremist women. Based on a literature review, it describes the risk factors and motives of female violent extremists and compares them to those of their male counterparts. Women were more often motivated by revenge, personal problems, and a desire to break traditional gender roles. Protective factors included social inclusion and negative experiences living under ISIS. The sixth chapter describes a study on the radicalization processes and transitional phases of male and female inmates in terrorism units. The findings show limited differences, but women more often sought emotional support and were influenced by trauma and loneliness, while men were more focused on status and recognition. Both groups struggled to connect with the society they live in. The conclusions drawn from these studies are presented in chapter seven. First, it is concluded that violent extremists form a diverse group with varying backgrounds, risk factors, and motives. Second, the importance of individual radicalization narratives is emphasized, highlighting the need for tailored interventions to prevent and counter radicalization. Finally, prevention strategies are likely to be most effective when focused on young people and promoting social inclusion, in order to reduce the appeal of violent extremist ideologies. ___ Gewelddadig extremisme is een wereldwijd probleem dat wordt benadrukt door gebeurtenissen zoals de aanslagen van 9/11 in de Verenigde Staten. Europa heeft ook een geschiedenis van terroristische aanslagen, zoals de Lockerbie-bomaanslag in 1988 en de aanslagen in Parijs in 2015. In dit proefschrift worden de onderliggende factoren van radicalisering bij mannelijke en vrouwelijke verdachten en veroordeelden van terroristische misdrijven in Nederland onderzocht. Het doel is om beleidsmakers, professionals en onderzoekers te informeren over radicalisering en extremisme. In het eerste hoofdstuk van het proefschrift wordt een historisch overzicht van gewelddadig extremisme in Nederland beschreven, inclusief de opkomst van jihadistische bewegingen en de dreiging van terugkerende strijders uit conflictgebieden zoals Syrië en Irak. Het beschrijft ook theorieën over radicaliseringsprocessen, zoals de Personal Construct Theory, die helpen begrijpen hoe individuen radicaliseren. Het tweede hoofdstuk beschrijft een onderzoek naar de sociaal-demografische, criminele en psychopathologische achtergrondkenmerken van gedetineerden in Nederlandse terrorismeafdelingen. De resultaten tonen aan dat deze gedetineerden een heterogene groep vormen met verschillende achtergronden. Ongeveer 60% van de gedetineerden had eerder niet terroristische misdrijven gepleegd en een derde leed aan een psychische stoornis. In de studie beschreven in het derde hoofdstuk worden de risico- en beschermende factoren onderzocht bij mannelijke jihadistische gedetineerden in Nederland. In de studie wordt gebruik gemaakt van de Violent Extremism Risk Assessment-2 Revised (VERA-2R), een risicotaxatie-instrument, om deze factoren te identificeren. De bevindingen laten zien dat ideologische overtuigingen, sociale context en steun van familie belangrijke factoren zijn die het radicaliseringsproces beïnvloeden. Het vierde hoofdstuk presenteert een studie die drie profielen van mannelijke jihadistische gedetineerden beschrijft, op basis van motivatie: ‘laag gemotiveerde’, ‘moreel gedreven’ en ‘ideologisch geharde’ groepen. De laag gemotiveerde groep scoorde laag op risicofactoren, terwijl de moreel gedreven groep werd gemotiveerd door morele superioriteit maar tegelijkertijd niet overgaat tot geweld. De ideologisch geharde groep had sterke ideologische overtuigingen en was bereid geweld te gebruiken. In hoofdstuk vijf wordt het thema genderspecifieke kenmerken van gewelddadig extremistische vrouwen behandeld. Op basis van een literatuurstudie worden de risicofactoren en motieven van vrouwelijke gewelddadige extremisten beschreven en vergeleken met die van mannelijke gewelddadige extremisten. Vrouwen werden vaker gemotiveerd door wraak, persoonlijke problemen en de wens om traditionele genderrollen te doorbreken. Beschermende factoren waren onder andere sociale inclusie en negatieve ervaringen met het leven onder IS. Het zesde hoofdstuk beschrijft een onderzoek naar de radicaliseringsprocessen en overgangsfasen bij vrouwelijke en mannelijke gedetineerden die verblijven op de terroristen afdeling. De bevindingen tonen aan dat verschillen beperkt zijn, maar dat vrouwen vaker emotionele steun zochten en werden beïnvloed door trauma's en eenzaamheid, terwijl mannen meer gericht waren op status en erkenning. Beide groepen hadden moeite om zich te verbinden met de samenleving waarin ze leven. De conclusies die op basis van bovenstaande onderzoeken getrokken kunnen worden staan beschreven in hoofdstuk 7. Ten eerste wordt geconcludeerd dat gewelddadige extremisten een diverse groep vormen met verschillende achtergronden, risicofactoren en motieven. Ten tweede wordt het belang van individuele radicaliseringsverhalen benadrukt en daarmee de noodzaak van op maat gemaakte interventies om radicalisering te voorkomen en te stoppen. Tot slot werpen preventiestrategieën waarschijnlijk de meeste vruchten af wanneer zij gericht zijn op jongeren en sociale inclusie bevorderen om de aantrekkingskracht van gewelddadige extremistische ideeën te verminderen
Description
Date
2025-09-05
Journal Title
Journal ISSN
Volume Title
Publisher
Ridderprint
Research Projects
Organizational Units
Journal Issue
Keywords
Citation
Thijssen, G P J 2025, 'Understanding (non)violent extremism : Insights into violent extremism in detainees residing at Dutch terrorism wings', Doctor of Philosophy, s.l.. https://doi.org/10.26116/tsb.31563643
Embedded videos